Titus Meeuws

Titus Meeuws schildert op locatie. Onderwerpen die regelmatig in zijn schilderijen terugkeren zijn stadsgezichten en landschappen. De liefde voor het schilderen ontstond al in zijn kindertijd bij het zien van de Franse en Russische Impressionisten. De wijze waarop zij beweging, licht en ruimte vast wisten te leggen, maakte een betoverende indruk op hem. ‘Zo wilde ik ook mijn onderwerp benaderen: Eerst zoeken naar een locatie en geschikt licht om vervolgens het schilderij op te bouwen vanuit licht- en donker vlakken. Tijdens de eerste plein air schildersessies liep ik in praktisch opzicht al tegen lastige vragen aan: Wat neem ik mee, wat laat ik thuis? Wat doe ik als mensen mij aanspreken tijdens het schilderen? Hoe blijft mijn schildersezel staan in harde wind? Deze hindernissen dreven mij regelmatig terug het atelier in. Daar kon ik ongestoord schilderen wat ik buiten gezien had.’ Maar ongestoord werken blijkt op den duur te comfortabel. Van tijdsdruk is geen sprake meer. De zon loopt immers nooit weg van een schets of een foto. ‘Als de middelen en de situatie te makkelijk naar eigen hand zijn te zetten dan wordt mijn schilderij meestal saai. Het motief moet bewegen, licht reflecteren. Ik moet dus naar buiten. Daar word ik keer op keer verrast door nieuwe onderwerpen. Door de veranderingen van de jaargetijden kan ik talloze malen terugkeren naar dezelfde plek.’ Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag (1994-1998) Willem de Kooning Academie, Rotterdam (2000-2002)